Raad van Arbitrage
10 augustus 2019
De Raad van Arbitrage (hierna “RvA”) heeft op 12 juli 2019 besloten het
beroepschrift van het Provinciaal Bestuur Drenthe (hierna “indiener”)
van 8mei 2019, dat zich richt tegen de beslissing van het Hoofdbestuur
van de VDH (hierna “verweerder”), van 29 maart 2019 om zijn eerder
genomen besluit over het niet-toewijzen van de Nieuwjaarsclubmatch
2020 niet te zullen herzien, deels gegrond en deels ongegrond te ver-
klaren overeenkomstig onderstaande uitspraak.
De RvA heeft het beroepschrift op 9 mei 2019 ontvangen van de se-
cretaris van het Hoofdbestuur van de VDH. Indiener is ontvankelijk en
de RvA heeft verweerder verzocht binnen drie weken na 15 mei 2019
een verweerschrift op te stellen. Dit is op 24 mei 2019 door de RvA
ontvangen en gezonden naar indiener.
INHOUD VAN HET BEROEP:
Vanwege herhaalde overtreding van voorschriften heeft verweer-
der besloten geen toewijzing te doen van de Nieuwjaarsclubmatch
2020 aan indiener en heeft dat op 24 januari 2019 per brief mee-
gedeeld (AdG/19000067). Op 29 maart 2019 heeft verweerder per
brief (AdG/19000325) aangegeven niet op dit besluit terug te willen
komen. De reden van dit standpunt is dat in 2018 en 2019 naast de
Nieuwjaarsclubmatch op dezelfde dag ook een Jonge Hondendag
is gehouden. Dit tot ongenoegen van verweerder, omdat dit niet
overeenstemde met de oorspronkelijke aanvraag. Dit standpunt
leidt tot grote teleurstelling en frustraties bij indiener, die zich niet
bewust is van ernstige fouten en misleiding. Het organiseren van de
Nieuwjaarsclubmatch is altijd op deze wijze gegaan. In 2018 is echter
een fout gemaakt en dat wordt ook toegegeven. In 2019 meende in-
diener aan alle formaliteiten te hebben voldaan.
Indiener verzoekt de RvA het een en ander te onderzoeken en te toet-
sen aan de geldende regels.
HET VERWEER:
Verweerder voert aan dat de Nieuwjaarsclubmatch en een Jonge
Hondendag apart moeten worden aangevraagd en ook apart op de
evenementenkalender worden geplaatst. De Nieuwjaarsclubmatch
heeft toestemming nodig van de Raad van Beheer, de Jonge
Hondendag is een evenement van de VDH. Verweerder stelt dat door
misleidende handelingen bij herhaling door indiener getracht wordt
minder afdrachten te bewerkstelligen aan de Raad van Beheer en de
VDH door alleen af te dragen voor de Nieuwjaarsclubmatch klassen
A t/m N en niet voor de Puppy- en Baby-klassen. In de brief van 23
november 2018 (AdG/ 18-00783) heeft verweerder indiener er op ge-
wezen dat herhaling van deze overtredingen niet zal worden getole-
reerd en zal leiden tot disciplinaire maatregelen. Echter ook in 2019
werd dezelfde werkwijze door indiener gehanteerd. Het verduidelij-
kende gesprek tussen indiener en verweerder op 27 maart 2019 heeft
niet geleid tot een herziening van het besluit van verweerder.
SAMENVATTING VAN DE HOORZITTING OP 5 JULI 2019:
1. Tijdens de hoorzitting wordt door verweerder naar voren ge-
bracht dat voor ieder evenement in de VDH toestemming nodig
is van het Provinciaal Bestuur en of verweerder. Aanvragen van
evenementen moeten voor een bepaalde datum ingediend zijn
en voorzien zijn van een reservedatum. Nadrukkelijk wordt ge-
steld dat men geen recht heeft op een evenement.
2. Na het vaststellen van de conceptplanning wordt deze nog een
keer teruggekoppeld naar de aanvragers en daarna definitief
vastgesteld. Vervolgens gaat de vastgestelde planning naar de
Raad van Beheer ter goedkeuring. Deze procedure wordt ge-
volgd om er voor te zorgen dat evenementen niet op dezelfde
datum worden gehouden en over het jaar worden gespreid.
3. Deze methode wordt sinds jaar en dag gehanteerd.
4. Indiener kan zich niet beroepen op onwetendheid, want de se-
cretaris van indiener heeft een jarenlange ervaring.
5. De Nieuwjaarsclubmatch en een Jonge Hondendag kunnen wor-
den gecombineerd, al is dat nog nooit voorgekomen. De begrip-
pen Jonge Hondendag en Puppyklasse moeten niet door elkaar
gehaald worden. Het zijn verschillende begrippen.
6. Het is indiener kennelijk te doen om het vermijden van de per
deelnemer verschuldigde afdracht aan Raad van Beheer en VDH,
in totaliteit circa € 200,- per keer.
7. Verweerder acht zich opzettelijk misleid door indiener, ook na de
aankondiging dat bij herhaling disciplinair optreden niet uit zou
blijven.
8. Tijdig overleg met de secretaris van verweerder had veel ellende
kunnen voorkomen.
SAMENVATTING VAN DE HOORZITTING OP 12 JULI 2019:
1. Tijdens de hoorzitting wordt door indiener naar voren gebracht
dat er absoluut geen sprake is van opzet of misleiding. Pure doel-
stelling van indiener is om de Nieuwjaarsclubmatch te organi-
seren voor de vele deelnemers, exposanten en bezoekers in de
regio en daarbuiten en deze voorziet daarmee in een grote be-
hoefte. Indiener handelt daarmee overeenkomstig artikel 2 van
de statuten van de VDH.
2. De Nieuwjaarsclubmatch is niet kostendekkend en vraagt veel
organisatie en inzet van vrijwilligers. De door de VDH gemiste af-
drachten bedragen niet meer dan € 75,-- per jaar.
3. Waarom moet indiener dan toch zo zwaar gestraft wor-
den voor het (blijkbaar) op onjuiste wijze aanvragen van de
Nieuwjaarsclubmatch. Een evenement dat al jarenlang op dezelf-
Uitspraak beroepschrift
Betreft: beroepschrift 2019-5 inzake het niet-toewijzen van
het organiseren van de Nieuwjaarsclubmatch 2020.
algemeen
17
VDH