VDH oktober 2019 - page 17

Verweerder is bereid een schikking aan te gaan maar dan onder
voorwaarde dat de gekochte hond niet meer meedoet aan hon-
densport of -wedstrijden en heeft 14 dagen vanaf de hoorzitting
de tijd gekregen om de schikking met indieners te regelen. Op zijn
verzoek leverde de RvA een concept voor de schikking.
Op 23 juli 2019 is duidelijk geworden dat de schikking niet tot
stand is gekomen.
OVERWEGINGEN EN CONCLUSIES
1. Indieners hebben de Duitse Herdershond op de leeftijd van
negen maanden in april 2018 gekocht van verweerder.
2. Er is geen schriftelijke overeenkomst van koop en verkoop tus-
sen partijen opgesteld.
3. Indieners meenden dat verweerder wist dat zij een hond voor
de hondensport wilden.
4. Verweerder was van mening dat deze hond niet geschikt was
voor de hondensport (pakwerk).
5. Aangezien over de hoedanigheid van haar niets is vastgelegd
of afgesproken, of een document is overlegd waaruit weder-
zijdse wilsovereenstemming blijkt, kan de RvA alleen conclu-
deren dat indieners niet anders mochten verwachten dan dat
deze hond gekocht is als huishond.
6. Bij het voorröntgenen waren heupen en ellebogen in orde,
volgens verweerder.
7. Op 10 juli 2018 hebben indieners haar laten naröntgenen met
als eindresultaat zware ED en rugafwijking volgens de beoor-
deling van de SV.
8. Verweerder heeft geen behoefte gehad aan een second opini-
on. Hij legt zich neer bij de constatering van de SV en heeft uit
coulance een vervangende pup voor de halve prijs aangebo-
den als vervanging van de gekochte hond die na teruggave via
Marktplaats verkocht zou worden.
9. Indieners nemen geen genoegen met dit voorstel. Zij willen
haar houden en eisen een schadevergoeding van € 425,- zijnde
de helft van de koopprijs.
10. De kwestie escaleert en komt als beroepschrift RvA 2019-4 te-
recht bij de RvA.
11. In dit geval is er sprake van consumentenkoop, want verweer-
der is professionele fokker hetgeen blijkt uit zijn jarenlange
activiteiten, zoals beschreven op de website en indieners zijn
particulier en handelen niet uit hoofde van beroep of bedrijf.
12. Verweerder dient te handelen conform de consumentenkoop.
Het huisdier wordt gelijkgesteld aan een zaak (product).
13. Daaruit volgt onder andere dat de garantietermijn gelijk is aan
de levensverwachting van het product met dien verstande dat
de bewijsplicht van de verkoper overgaat op de koper vanaf 6
maanden na de aankoop.
14. Binnen 6 maanden na de koop constateert de SV zware ED en
rugafwijking bij de gekochte hond, wat volgens indieners het
actief beoefenen van de hondensport met de hond onmogelijk
maakt, maar dat zij nog wel geschikt is als huishond. Vandaar
dat verweerder uit eigen beweging een schadevergoeding
heeft aangeboden, maar die is door indieners afgewezen.
15. Verweerder heeft tijdens de hoorzitting zijn aanbod verhoogd
en aangegeven bereid te zijn een vervangende pup zonder bij-
betaling ter beschikking te stellen. Volgens de regels van de
consumentenkoop hebben indieners nu de keuze: herstel van
het product of een nieuw product.
16. Indieners kiezen voor behoud van de gekochte hond plus
schadevergoeding van € 425,-.
17. Dit is gelet op de omstandigheden volgens de RvA geen onre-
delijke eis en dus wordt deze toegewezen.
18. De eis dat de handelwijze van verweerder als fokker, tevens
voorzitter van een VDH Kringgroep veroordeeld moet worden
is niet onredelijk en wordt dus toegewezen. De handelwijze
dient klantgericht en vrij van belangenverstrengeling, intimi-
datie en dreigementen te zijn.
19. Als voorzitter van de Kringgroep zou verweerder het goede
voorbeeld moeten geven en bij conflicten “bruggenbouwer”
moeten zijn alsmede de schijn van belangenverstrengeling
moeten voorkomen.
20. Indieners en verweerder moeten zich onthouden van on-
rust-veroorzakende uitlatingen zowel mondeling als via de
mail en social media en met name verweerder dient zich te
onthouden van dreigementen. Emails dienen tijdig te worden
beantwoord en vrij te zijn van bewoordingen om indruk te ma-
ken dan wel uitingen van frustratie.
DE UITSPRAAK:
Op grond van het bovenstaande heeft de RvA op 26 juli 2019 con-
form artikel 21 van de Statuten van de VDH besloten het beroep-
schrift
gegrond
te verklaren met toewijzing van de drie eisen van
indieners. Verweerder dient aan indieners voor 30 september 2019
een schadevergoeding te betalen van € 425,- en zich te onthou-
den van een onjuiste handelwijze en het uiten van dreigementen.
Indieners en verweerder dienen onrust-veroorzakende uitlatingen
zowel mondeling als via de mail en social media achterwege te
laten.
TEVENS BEPAALT DE RVA DAT:
a. ieder de eigen kosten van rechtsbijstand in deze beroepzaak
draagt;
b. het gestorte bedrag als bedoeld in artikel 11 van het Reglement
van de RvA zal worden terugbetaald;
c. gelet op artikel 10 van het Reglement van de RvA, deze uit-
spraak bij eerstvolgende gelegenheid zal worden gepubli-
ceerd in de “Duitse Herdershond”.
d. deze uitspraak zal worden gedeponeerd bij Rechtbank
Midden- Nederland.
Namens de Raad van Arbitrage,
Mr. J.P. van Dorp (voorzitter)
algemeen
VDH
15
1...,7,8,9,10,11,12,13,14,15,16 18,19,20,21,22,23,24,25,26,27,...48
Powered by FlippingBook